vwo

Atheneum en gymnasium

De afdeling vwo is gehuisvest in het gebouw aan de Bergweg.
In de vwo-brugklas worden de leerlingen geplaatst op grond van het advies van de basisschool. Aan het eind de brugperiode bestaat de mogelijkheid dat een leerling op basis van het rapport overstapt naar een andere afdeling.

Kenmerken van deze opleiding

Het vwo is een zesjarige opleiding. Het vwo is onder te verdelen in het atheneum en het gymnasium. Het gymnasium onderscheidt zich van het atheneum door het aanbod van de klassieke talen Grieks en Latijn.

Vwo-leerlingen kiezen bij inschrijving voor de eerste klas verplicht uit één van de topprogramma's. De richtingen zijn: sport, science & experience en ARTS of Latijn. Door de keuzeprogramma’s worden leerlingen gestimuleerd om zich op de gekozen terreinen verder te ontwikkelen en om het maximale uit hun capaciteiten te halen. Door de leerjaren heen kent een vwo-opleiding een stevige diepgang, juist als voorbereiding op een universitaire vervolgopleiding. Leerlingen op het vwo kennen naast de topklassen in de onderbouw ook het Ostrea-uur. In dat uur kunnen leerlingen aan de vakken werken waarin zij achterstanden hebben of juist aan uitdagende projecten werken die niet bij de reguliere vakken aan bod komen.

Het onderwijsaanbod is groot op de afdeling vwo. Een aantal voorbeelden:

  • keuzeprogramma’s voor sport, ARTS, Latijn en Science & Experience vanaf de brugklas
  • vanaf klas 2 Cambridge-Engels voor geselecteerde leerlingen waarvoor internationaal erkende diploma's behaald kunnen worden
  • in de Tweede Fase kunnen leerlingen verschillende extra modules kiezen: boekhouden, communicatie, Cisco (ict), nlt (natuur, leven en techniek) en Master Move
  • leerlingen kunnen onder bepaalde voorwaarden extra vakken in de Tweede Fase kiezen

Los van een groot kennisaanbod worden de leerlingen geholpen (en uitgedaagd) bij het verwerven van een aantal vaardigheden die tijdens de middelbareschoolloopbaan van belang zijn. Vaardigheden die ook voorbereiden op een vervolgopleiding en daarna op de stap naar de maatschappij. Hierbij is te denken aan vaardigheden als ‘leren leren’, ‘leren reflecteren’ (op bijvoorbeeld de eigen studie), ‘zelfstandig studeren’, ‘samenwerkend leren’ en ‘leren presenteren’.

Tenslotte draagt de opleiding bij aan een brede sociaal-maatschappelijke vorming van de leerlingen en leert (en stimuleert) de opleiding de leerlingen om open, betrokken, kritisch en genuanceerd om te gaan met sociaal-maatschappelijke vraagstukken en veranderingen.
Dit alles kan natuurlijk alleen worden gerealiseerd in een veilige leeromgeving, waarin leerlingen, docenten en onderwijsondersteuners op een respectvolle manier met elkaar omgaan. Een omgeving waarin iedereen zich ‘gekend’ voelt.

Leerjaar 1, 2 en 3 (de onderbouw)

De leerlingen volgen een programma naar keuze: vwo met een topprogramma naar keuze: Science & Experience, ARTS, Latijn of sport. In de eerste weken wordt het accent gelegd op het wennen aan het voortgezet onderwijs. Daarna wordt de leerling uitgedaagd om aan te tonen dat het vwo het best passende onderwijs is voor hem/haar. In de brugklas, meer dan in de volgende jaren, is de rol van de mentor groot. De brugklasmentor komt ook op huisbezoek.
Leerlingen die hun studie willen afsluiten met een gymnasiumdiploma, moeten na klas 1 de gymnasiumstroom met daarin de vakken Latijn en Grieks volgen.

De indeling van de klassen in leerjaar 2 is naar alle waarschijnlijkheid niet hetzelfde als die van leerjaar 1. Dat heeft o.a. te maken met de bevordering vanuit de brugklas en met de keuze van de leerlingen.
In klas 3 staat het keuzeproces centraal: welk profiel kies ik? met welk(e) extra vak(vakken)? met welke extra module(s)?

De leerlingen kiezen op het eind van de derde klas een profiel. Er zijn vier verschillende profielen:

  • Cultuur en Maatschappij (CM-profiel)
  • Economie en Maatschappij (EM-profiel)
  • Natuur en Gezondheid (NG-profiel)
  • Natuur en Techniek (NT-profiel)

In gezamenlijke mentorlessen wordt relatief veel aandacht gegeven aan als toenemende zelfstandigheid, leren leren en studievaardigheden (zoals het plannen van een grotere stofomvang) en aan loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB). LOB start in leerjaar 3 en loopt door tot en met leerjaar 6. In LOB worden de leerlingen bewust gemaakt van hun interesses, kwaliteiten en mogelijkheden en daarmee op het maken van de juiste keuze van het profiel. Vanzelfsprekend krijgen de leerlingen per vak te horen welke eisen er in klas 4 en hoger worden gesteld. In dit proces worden de leerlingen begeleid door de mentoren en de decaan.

Leerjaar 4, 5 en 6 (de bovenbouw)

In de vierde klas zijn de leerlingen in de tweede fase beland. Het definitieve profiel is gekozen. Getalenteerde leerlingen kunnen, indien het roostertechnisch mogelijk is, één of meer extra vakken kiezen. Ook bestaat de mogelijkheid één of meer modules te kiezen. Voorbeelden van dit aanbod: een boekhoudmodule, een communicatiemodule en een aantal (gecertificeerde) CISCO-modules (modules in de ict-sfeer) en de module Master Move. Al met al is het keuzeaanbod op het Ostrea Lyceum erg groot. Het examen is begonnen. Van de leerlingen wordt een toenemende zelfstandigheid verwacht. De mentor ondersteunt daar waar nodig. In de vierde klas blijft er ruimte voor LOB. Zo volgt de leerling verplichte (buitenschoolse) LOB- activiteiten en voert de leerling zelfstandig een (buitenschoolse) activiteit uit.

In het vijfde en zesde leerjaar wordt van leerlingen verwacht dat ze meer zelfstandig werken en plannen. Binnen de opleiding is hiervoor ruimte in het programma gemaakt.
De mentor heeft, indien noodzakelijk, wekelijks contact met de leerlingen om hun studievorderingen te volgen. Hij/zij is het eerste aanspreekpunt voor leerlingen en ouder(s) en/of verzorger(s).

In de bovenbouw wordt veel gewerkt met studiewijzers. In de studiewijzers staat een planning van de stof, hoe de stof getoetst wordt en op welke data handelingsdelen e.d. ingeleverd moeten zijn.
Alle behaalde resultaten voor schoolexamentoetsen worden opgeslagen in het examendossier. De schoolexamentoetsen, maar ook andere niet daartoe behorende toetsen, zijn in klas 4 en 5 bepalend voor bevordering naar klas 5 en 6. In klas 6 is er alleen nog sprake van schoolexamentoetsen.
De schoolexamentoetsen worden afgenomen tijdens de toetsweken aan het eind van elke periode. In de loop van september ontvangen de leerlingen het examendossier met de tot dan toe behaalde resultaten.

De leerlingen uit klas 6 beginnen met het profielwerkstuk. Leerlingen kiezen eerst een onderwerp en krijgen een begeleider toegewezen. In de week voor de herfstvakantie wordt een aantal dagen uitsluitend gewerkt aan het profielwerkstuk. Ook later in het schooljaar wordt nog een aantal dagen ingepland. Het is a.h.w. een grote praktische opdracht gekoppeld aan een profielvak.
Samen met de cijfers voor de vakken maatschappijleer en anw (en voor de gymnasiasten kcv) vormt het cijfer voor het profielwerkstuk het zogenoemde combinatiecijfer. Dit combinatiecijfer is een volwaardig examencijfer en speelt dus een rol in de zak- slaagregeling van het eindexamen.

In klas 5 en 6 wordt de oriëntatie op studie en beroep via LOB-activiteiten verder vorm gegeven. Leerlingen worden verplicht vervolgopleidingen te bezoeken en ook verantwoordelijkheid af te leggen over de activiteiten die zij daarin ontplooid hebben.

Examen

Het examen bestaat uit een landelijk centraal examen en een schoolexamen. Alle resultaten worden vastgelegd in het examendossier. De eisen die gesteld worden aan de schoolexamens zijn vastgelegd in de Programma’s van Toetsing en Afsluiting (PTA’s) die te raadplegen zijn op het ouder- en leerlingportaal. Sommige vakken worden in de voorexamenklassen afgesloten. Na het afsluiten van het schoolexamen volgt het landelijk centraal examen als afsluiting van de studie.

Extra

Voor alle extra’s die de opleiding aanbiedt, kunt u kijken op de pagina Extra op het Ostrea.